Visietekst Vrije Tijd
'Vrije Tijd heeft vleugels (géén teugels...)'
goedgekeurd op het congres van 11 en 12 april 2008
In hun vrije tijd moeten jongeren zich kunnen uitleven en uitdrukken. In hun vrije tijd moeten ze vleugels krijgen om de middelmaat te kunnen overstijgen en de wereld te zien. Jong Spirit wil daarom een kader creëren waarin jongeren de wereld en zichzelf kunnen ontdekken. Dat doen we met een visietekst rond vier beleidsdomeinen die relevant zijn voor de vrijetijdsbesteding van jongeren: Jeugd, Cultuur, Sport en Media.
Jeugd
Kinderen en jongeren nemen een belangrijke plaats in in onze maatschappij. Zij zijn niet enkel de generatie van morgen, ook vandaag bepalen zij reeds voor een groot stuk de agenda. Als politieke jongerenbeweging behoren jongeren en jeugd(werk)beleid dan ook tot de core business.
- Voor Jong Spirit moeten kinderen en jongeren eerst en vooral ongehinderd en spontaan hun ding kunnen doen. Kinderen en jongeren hebben nood en recht op ruimte, zowel fysiek als mentaal. Voor Jong Spirit kunnen spelende kinderen nooit als geluidshinder beschouwd worden. Infrastructuur moet op maat van jongeren en de omgeving gezet worden (om bijvoorbeeld geluidsoverlast in te perken). Jong Spirit is van mening dat er pas sprake kan zijn van een echt jeugdbeleid wanneer er in alle bevoegdheidsdomeinen aandacht is voor kinderen en jongeren. Dit gaat op voor alle bestuursniveaus. Enkel op deze manier kan er een samenhangend beleid tot stand komen.
- Voor Jong Spirit staat participatie voorop. Beleid kan pas echt tot stand komen wanneer dit gebeurt in volle openheid, met consultatie, dialoog en terugkoppeling naar de jongeren zelf. De overheid heeft de taak jongeren de kans te geven hun standpunt te formuleren en kenbaar te maken. Participatie van jongeren en consultatie van kinderen is niet enkel een middel om tot beleid te komen, maar is een permanent doel in de beleidsvoering.
- Jeugdraden moeten de mogelijkheid hebben om punten te agenderen op de gemeenteraad. Ook moet de gemeenteraad bij elke belangrijke beslissing in verband met jeugd het advies opvragen bij die jeugdraad.
- Om effectief gehoord te worden is er voldoende openheid nodig naar kinderen en jongeren. Zij dienen gehoord te worden door hun gesprekspartners. Dit geldt zowel voor ongebonden jeugd als de verschillende jeugd(werk)organisaties die kinderen en jongeren vertegenwoordigen.
- Omdat jongeren vandaag niet genoeg geïnformeerd worden over het politieke systeem, stelt Jong Spirit voor om een vak rond politieke en maatschappelijke vorming in de eindtermen op te nemen.
- Jong Spirit is van mening dat de stem van kinderen en jongeren niet alleen door de politieke wereld meer gehoord moeten worden. Bijvoorbeeld ook in het onderwijs en op sociaal-economisch niveau dient hiervoor aandacht te zijn. Jong Spirit is een voorstander van leerlingenraden en pleit voor het opnemen van een jongerenvertegenwoordiger met stemrecht in relevante sociaal-economische raden.
- Enkel jeugdwerkorganisaties die los van commercieel belang activiteiten en initiatieven ontwikkelen voor en door jongeren en daarvoor beroep doen op vrijwilligers komen in aanmerking voor overheidssteun. Voor Jong Spirit is het evident dat organisaties hiervoor pas in aanmerking kunnen komen wanneer zij ook zelf participatie van kinderen en jongeren als doel hanteren.
- Kinderopvang, zijnde verzorging van kinderen tijdens de afwezigheid van de ouders, is voor Jong Spirit geen prioritaire taak voor het jeugdwerk.
- Het jeugdwerk kan ondersteund worden door de overheid op basis van transparante criteria. De beoordeling gebeurt door een beoordelingscommissie van deskundigen, los van politieke inmenging, waarbij de administratieve last zo minimaal mogelijk dient te worden gehouden. Door middel van projectsubsidies kunnen ook ongebonden jongeren initiatieven ontwikkelen. Bij de beoordeling hiervan worden dezelfde algemene principes gehanteerd.
- Ook op andere vlakken wegen de administratieve lasten soms zwaar door. Wanneer jongeren een fuif willen organiseren, moeten zij vaak eerst door een hele papierberg heen, wat een rem is op de creativiteit. Daarom pleit Jong Spirit voor een “fuifloket” in iedere stad of gemeente, een centraal punt waar iedere inwoner terecht kan voor alle administratieve verplichtingen die aan het organiseren van fuiven vooraf gaan. Jeugdorganisaties worden vrijgesteld van het betalen van de billijke vergoeding en auteursrechten.
- Jong Spirit is er zich van bewust dat kinderen en jongeren een zeer diverse groep is. Dit geldt onder andere op het vlak van leeftijd, opvattingen of opleidingsniveau. Met veel aandacht wordt hier naar de meerwaarde van diversiteit gestreefd. Naar kinderen en jongeren met een handicap wordt een inclusief beleid gevoerd: niemand wordt uitgesloten.
- Voor Jong Spirit is ook jongereninformatie een belangrijk aandachtspunt. Kinderen en jongeren moeten via een veelheid van kanalen en media kunnen bereikt worden met specifieke informatie. De verschillende jeugd(werk)organisaties, maar ook de overheid hebben hierin een belangrijke rol te vervullen.
Cultuur
Over de noodzaak van kunst en cultuur is zowat de hele samenleving het eens. Ze zorgen voor de noodzakelijke fundamenten van onze beschaving en stuwen haar vooruit. Via kunst en cultuur komt het individu, alleen of in samenwerking met anderen, volledig tot zijn recht. Het recht om cultuur te maken dient dus in een links-liberale filosofie volledig te worden gevrijwaard. Ook het recht om cultuur te ontvangen is een basisrecht voor iedereen. Evenwel is het bepalen van de verhouding tussen cultuur en overheid geen eenvoudige klus. Cultuur is, althans in haar effecten, een immaterieel goed. Een cultuurbeleid valt daarom ook niet zomaar in statistieken en bijhorende euro's te vatten (1). De overheid heeft dus met onzekere factoren te maken en moet zich vaak met inhoudelijke motieven inlaten om haar keuzes te verantwoorden. Deze keuzes worden problematisch wanneer artistieke kwaliteiten dienen te worden beoordeeld.
- Jong Spirit gelooft onvoorwaardelijk in de kracht van kunst en cultuur als bouwstenen van een vrije en diverse samenleving. Jong Spirit wil dat de overheid een kader schept dat de ontwikkeling van kunst en cultuur bevordert, zonder evenwel het individu dwingende keuzes op te leggen. De overheid moet steeds een ondersteunende, en geen sturende rol hebben in het cultuurbeleid.
- Jong Spirit staat voor de vrijheid van de kunstenaar. Politieke gezagsdragers hebben zich niet in te laten met artistieke keuzes die kunstenaars maken. Het beleid beoordeelt slechts de zakelijke kant, en laat zich voor het overige adviseren door bekwame beoordelingscommissies. Deze commissies zijn onafhankelijk en leggen een grote mate van transparantie aan de dag.
- Beleid en cultureel veld dienen een actieve dialoog aan te gaan over de besteding van subsidies. Zij kunnen hiertoe een pact sluiten, met inspannings- en resultaatsverbintenissen, wat niet betekent dat publieksbereik het enige criterium mag zijn. Binnen een dergelijk cultureel pact moet er tevens plaats zijn voor meer experimentele kunst en minder populaire genres zoals. In dit pact kan een grote mate van autonomie voor het culturele veld besloten zitten.
- De grenzen tussen de kunstvormen vervagen, onder meer dankzij nieuwe media. Het beleid mag deze evoluties niet hinderen, maar moet hier actief op inspelen. Jong Spirit wil daarom dat de schotten tussen de kunstvormen waar mogelijk worden afgebroken. Op die manier kan kruisbestuiving ontstaan en krijgen nieuwe kunstvormen meer kansen om zich te ontwikkelen.
- Onderwijs en cultuur zijn als beleidsdomeinen nog te ver van elkaar verwijderd. Het is nochtans in de jonge jaren dat de nieuwsgierigheid naar kunst en cultuur moet worden aangewakkerd, en in die zin moeten cultuurcompetenties in het leerplichtonderwijs meer aandacht krijgen. Dat betekent dan ook dat men gediplomeerde muziekleerkrachten zou moeten inschakelen in het basisonderwijs. Jong Spirit beschouwt cultuur als een van de fundamenten van onze samenleving. Het is niet meer dan logisch dat cultuur in al zijn vormen een volwaardige plaats krijgt in het onderwijs. Zo komen niet alleen bevoorrechtte kinderen en jongeren die elke week naar de muziek of kunstacademie gaan, in aanraking met ons cultureel erfgoed. . Dit alles moet op termijn leiden tot een levendige dynamiek tussen de kunst- en de onderwijssector, waarbij jongeren in het kader van de brede school gemakkelijk hun weg vinden naar culturele verenigingen en kunstacademies.
- Jong Spirit pleit voor voldoende aandacht in het beleid voor het kunstonderwijs, waarbij er rekening wordt gehouden met de specifieke noden van kunstonderricht.
- Kunsteducatie gaat echter verder dan blokfluit leren spelen op school. Kinderen en jongeren moeten van jongsaf geprikkeld worden door cultuur. Naast de school, hebben ook de ouders hierin een belangrijke rol te spelen.
- Jong Spirit wil het cultuurmecenaat bevorderen. Privé-ondernemingen moeten meer mogelijkheden krijgen om, in de vorm van koppelsubsidies (2), instellingen of organisaties te ondersteunen. Cultureel investeren moet worden gezien als een vorm van duurzaam of ethisch investeren en daarom ook een fiscaal gunstig regime krijgen. Omgekeerd kan de overheid ondernemersschap en management in het culturele veld aanmoedigen.
- Zonder cultuur in functie van economie te stellen, wil Jong Spirit een lans breken van een sterkere band tussen cultuur en economie. De toekomst van de Vlaamse regio ligt immers in het bevorderen van menselijke creativiteit en talent, dat op vele manieren tot uiting kan komen. Afgeleide cultuurproducten, gaande van design tot games, moeten zowel in hun cultureel als economisch aspect worden bevorderd.
- Om participatie aan cultuur te bevorderen, moeten de drempels naar cultuur volgens Jong Spirit worden weggewerkt. Er moet vooral worden ingezet op het verbeteren van de cultuurcommunicatie. Financiële steun kan nodig zijn voor kansengroepen om hun deelname aan cultuur te bevorderen. De vaste boekenprijs wordt afgewezen, omdat zij boeken niet goedkoper maakt.
- Jong Spirit wil een geïntegreerde cultuurpas voor jongeren en studenten. Deze pas moet fikse kortingen en voordelen bieden bij alle culturele instellingen. Een overzichtelijke internetsite bevat meer informatie. Ook privé-partners kunnen hun voordelen voor jongeren via deze pas kunnen aanbieden, voor zover de jongere hier zelf om heeft verzocht (opt-in).
- Bibliotheken hebben in het digitale tijdperk een ruimere taak dan het uitlenen van boeken. Zij moeten een actievere rol vervullen om de dreigende kenniskloof te dichten door ook een beleid te ontwikkelen dat gericht is op kansengroepen en het bevorderen van (digitale) geletterdheid. Bibliotheken kunnen ook dienen om mensen kennis te laten maken met cultuur.
- Jong Spirit wenst dat bij openbare aanbestedingen van grote infrastructuurwerken een percentage van het totale bedrag gaat naar kunst. Dit hoeft niet enkel te gaan om geïntegreerde kunstwerken, maar kan ook op creatievere manieren worden aangewend die een grotere cultuurdeelname bevorderen.
- Het huidige auteursrecht is niet meer aangepast aan de tijd en verhindert vaak creativiteit, in plaats van de creaties van kunstenaars te beschermen. Naast een fundamentele bezinning over het auteursrecht, kan de overheid het voortouw nemen door het promoten van de creative commons-licentie. Het eigen erfgoed van de overheid dient zo veel als mogelijk rechtenvrij ter beschikking worden gesteld aan de samenleving. 10 jaar na het overlijden van de auteur moet het auteursrecht afgeschaft worden
- Jong Spirit pleit voor meer cultureel contact met de naaste buren zoals Nederland en Wallonië. Het zou echter van weinig realiteitszin getuigen als het Vlaamse cultuurbeleid zich enkel beperkt tot zijn naaste buren. Cultuur is vandaag de dag een bij uitstek internationale aangelegenheid, en het beleid dient dan ook samen te werken met elke cultuurpartner in welke regio dan ook, vanaf het moment dat er voldoende raakpunten zijn. Op die manier toont Vlaanderen dat het zich écht op de wereld richt. Om deze rol van internationale cultuurdrager volledig te kunnen opnemen, dienen de federale culturele instellingen te worden overgedragen aan de gemeenschappen in co-beheer.
(1) Evenwel zijn de conclusies van de studie 'The Economy of Culture in Europe', in opdracht van de Europese Commissie, zeer opvallend: “Kunst en cultuur zorgen in de EU voor 2,6 % van de economische groei en daar staat amper 1 procent subsidies tegenover (die voor een deel terugvloeien via de fiscaliteit). Met een omzet in 2003 van 654 miljard euro is de cultuursector groter dan de totale sector van de informatie- en communicatietechnologie en van de autobouw. 5,8 miljoen mensen werken in de cultuursector (zonder het culturele toerisme erbij te rekenen), goed voor 3,1 procent van alle werkende mensen in de EU. België scoort uitzonderlijk goed op het vlak van de productiviteit en bij de winstmarges: die bedragen gemiddeld 9,2 % in Europa en 10,4 % in België. Enkel de chemiesector draagt in ons land meer bij tot het bruto binnenlands product. Cultuur wordt erg breed geïnterpreteerd: van videogames tot en met podiumkunsten of klassieke muziek. Cultuur levert behalve artistieke en economische winst ook een pak 'maatschappelijke' winst op: educatie, versterken van het sociale weefsel, het verschaffen van een gedeelde identiteit.” (http://www.cultuurnet.be/front/inhoud/detail.jsp?id=180261)
(2) Bij koppelsubsidies wordt elke euro die door de privé wordt ingebracht verdubbeld door de overheid.
Sport
Het belang van sport in de samenleving wordt in Vlaanderen onderschat. Sport wordt beleidsmatig stiefmoederlijk behandeld als een neveneffect van cultuur. Los van het feit dat sport in vergelijking met sport minder aandacht krijgt dan cultuur is dit institutioneel niet de juiste keuze. Sport als beleidsdomein is nauwer verbonden met volksgezondheid dan met cultuur. Als jonge links-liberalen willen wij een faciliterend sportbeleid dat veel inbreng en resultaten verwacht van de diverse sportfederaties. Topsport van de andere kant is vaak emotie en toeval. Toch valt het op dat landen die gericht investeren opmerkelijke resultaten behalen, gaande van extreme voorbeelden als China, Cuba en de voormalige DDR, maar even goed Australië, Nederland en Frankrijk. Grosso modo onderscheiden we twee soorten sportbeleid: breedtesportbeleid en topsportbeleid.
- Een sportieve bevolking is een actieve en gezondere bevolking. Als links-liberalen denken wij dat een sensibiliserend, activerend en preventief beleid op lange termijn de kosten in de gezondheidszorg beter beheersbaar maakt. Een goede gezondheid en conditie zijn essentieel voor het individuele welzijn. Daarom pleit Jong Spirit voor het onderbrengen van sport onder het departement Welzijn en Gezondheid.
- Sportverenigingen zijn een motor van sociale cohesie, en vereisen betrokkenheid van sporters, trainers, ouders, familie, terrein- en materiaalverzorgers, bestuursleden. Sportclubs zijn een platform van lokale ontmoeting en samenwerking met overheden, buurtorganisaties en bedrijven rond maatschappelijke thema’s (1). Daarom moeten sportverenigingen voor iedereen toegankelijk zijn. Daarom wil Jong Spirit dat het mogelijk wordt om de lidmaatschapsbijdrage van één sportclub per inwoner fiscaal aftrekbaar te maken. Dit gekaderd in een bredere belastingshervorming waarbij kosten aan preventieve zorgen en socioculturele of sportverenigingen kunnen afgetrokken worden. Voor gezinnen waarbij deze maatregel niet voordelig is, vragen wij dat de overheid toch de nodige financiële ondersteuning voorziet.
- Jong Spirit staat voor gelijke kansen. Het is dan ook logisch dat wij de sportparticipatie van kansengroepen willen verhogen. Sport zorgt ervoor dat mensen hun kwaliteiten ontplooien en het bevordert de integratie. Wij willen dat er meer middelen vrijgemaakt worden om het niet-georganiseerde individu aan het sporten te krijgen, vooral in achtergestelde buurten. Niet enkel via infrastructuur en subsidies aan lokale clubs, maar zeker ook via opbouwwerkers die sport stimuleren. Daarom pleit Jong Spirit ervoor om een optie “sport en sociaal werk” te integreren in de opleidingen lichamelijke opvoeding. Jong Spirit is er daarnaast ook van overtuigd dat personen met een handicap op alle mogelijke manieren moeten ondersteund worden om zichzelf te ontwikkelen.
- Jong Spirit vraagt een substantiële verhoging van de middelen en de aandacht voor minder populaire sporten, zowel via sportclubs en –verenigingen als via het onderwijs. Dat heeft een positief effect heeft op de aantrekkingskracht van deze sporten.
- Topsport speelt een belangrijke rol in de promotie van sport zorgt voor internationale uitstraling. De overheid moet in het topsportbeleid faciliterend te werk gaan: zorgen voor goede infrastructuur staat daarin centraal. Liefst in multifunctionele PPS-formules (2) waarin voldoende aandacht wordt besteed aan de sociale rol die sport vervult.
- Topsport is een harde wereld, niet enkel fysiek, maar ook financieel. Terwijl sommige atleten over riante vergoedingen kunnen onderhandelen, bevinden anderen zich in een minder gunstige positie. Jong Spirit pleit daarom voor een sponsoringpool voor topatleten en topteams in sporten (3) die niet overleven in een zuivere marktbenadering. De middelen hiervoor komen zowel van de overheid als uit private investeringsfondsen (4). Privé-investeerders kiezen de meest interessante sporten en atleten uit deze pool. Het budget wordt beheerd door de overheid. Sporters uit de pool die niet door de private partners worden gesteund, kunnen op voldoende overheidsmiddelen rekenen.
- Het personeelsbeleid voor gesubsidieerde topsporters in Vlaanderen is nog niet geheel consequent: zo worden BLOSO (5)-atleten betaald volgens diploma en niet volgens objectieve prestaties, anderen worden dan weer tewerkgesteld als Gesco’s (6). Dit is een ongezonde situatie. Jong Spirit pleit er dan ook voor om toppers sportbeurzen te geven die aangevuld worden met premies op basis van objectieve parameters (7).
- Voor veel sporters eindigt hun loopbaan niet na hun actieve sportcarrière. De overheid engageert zich dan ook in de begeleiding van haar atleten zodat ze zich na hun sportpensioen moeiteloos kunnen inschakelen op de arbeidsmarkt. Dit begint al op de topsportscholen om ook de kansen van jongeren die de top net niet halen te vrijwaren.
- Sportbeleid lijdt onder een bureaucratische ambtenarencultuur: in verhouding werken te veel mensen in overkoepelende structuren en te weinig mensen in de specifieke sportfederaties. Dit is nadelig voor zowel breedtesport als topsport. Jong Spirit is er dan ook voorstander van om de verdeelsleutel aan te passen en de werkingsmiddelen van BLOSO gevoelig te verlagen ten gunste van de individuele sportfederaties. Zo zijn deze beter in staat om een doelgericht sportspecifiek beleid te voeren.
(1) Zie het Open Stadion Model van voormalig Staatssecretaris Els Van Weert
(2) Privaat-publieke samenwerking (-formules)
(3) Criterium waaraan sporten moeten voldoen: Olympisch en een erkende actieve federatie
(4) Dit systeem was de grondslag van het Olympische succesverhaal dat Nederland in 1996 schreef met het volleybalteam
(5) Bestuur voor Lichamelijke Opvoeding, Sport en Openluchtleven
(6) Gesubsidieerde contractuelen: tewerkstellingsmaatregel in de diensten- (openbare besturen) en zorgverleningssector
(7) Bijvoorbeeld de plaats op de wereldranking, rekening houdend met de globaliseringsgraad van de sport in kwestie, resultaten op grote competities, gerealiseerde en progressie. Sportbeurzen maken het mogelijk dat atleten keuzes maken in de investeringen die ze doen om hun prestaties te bevorderen. het systeem is te vergelijken met een enveloppesubsidie. Wil een atleet meer investeren in materiaal of in een trainer dan in een basisloon, dan wordt mogelijk. Op die manier wordt een sporter geresponsabiliseerd voor de middelen die hij of zij ter beschikking krijgt van de overheid.
Media
Jongeren worden geconfronteerd met een grotere diversiteit aan media dan ooit tevoren. Televisie, kranten, radio, en internet bieden een grote keuze aan informatiebronnen. En in een informatietijdperk is het wenselijk om steeds te beschikken over de meest recente, objectieve, correcte en volledige informatie. Daarom is Jong Spirit voorstander van objectieve media, bereikbaar voor iedereen.
-
Jong Spirit is voorstander van een open debatcultuur op de openbare omroep. We zien het als een opdracht van de openbare omroep om een plenum te bieden voor diepgaande discussies over actuele en maatschappelijke thema’s, om op die manier burgers te stimuleren om onderbouwde meningen te vormen en kritisch naar de wereld, politiek en actualiteit te leren kijken. Uiteraard kan de openbare omroep opteren voor een gemend aanbod op zowel het analoge als het digitale kanaal, waarbij specifieke informatie slechts op een digitale manier beschikbaar is.
-
In het informatietijdperk is het internet een onmisbaar instrument voor jong en oud voor een oneindig scala aan bezigheden. Jong Spirit is van mening dat iedereen de mogelijkheid moet hebben te beschikken over internet en de kans moet krijgen om er mee om te leren gaan. Naast openbare toegang tot internet in gemeentehuizen en bibliotheken, kunnen computerlokalen van scholen opengesteld worden voor omwonenden. Ten slotte dient computervorming op maat voor specifieke doelgroepen de internetkloven verder te dichten.
-
Ditzelfde geldt voor digitale en interactieve televisie. Ook hier moet de overheid zorgen dat Vlaanderen de boot niet mist en een voortrekkersrol speelt op vlak van nieuwe media, die zich bij uitstek lenen voor de kenniseconomie. Jong Spirit vraagt de Vlaamse overheid dan ook met aandrang hierin te investeren.
-
Men mag niet uit het oog verliezen dat men een medialandschap met twee snelheden creëert. Bepaalde groepen hebben geen toegang tot deze nieuwe media omdat het voor hen een te hoge kost vormt. De overheid dient dan ook inspanningen te leveren zodat ook de onderste lagen van de maatschappij kunnen meeprofiteren van deze “media van de toekomst”. Daarom moeten thuisaansluitingen zo goedkoop mogelijk gehouden worden, waartoe de overheid de omstandigheden dient te garanderen voor een transparante en concurrentiële markt.
-
Jong Spirit pleit voor een overheid die gebruik maakt van open standaarden, en een neutrale positie inneemt met betrekking tot de keuze van besturingssystemen. Elektronische documenten, verstrekt door de overheid, moeten daarom beschikbaar gemaakt worden in bestandsformaten die met gratis programma’s & besturingssystemen geopend en gelezen kunnen worden.
-
Jong Spirit verzet zich tegen reclame specifiek gericht op kinderen. Vijftien minuten voor en na kinderprogramma’s mag er ook geen reclame uitgezonden worden, op openbare noch op commerciële omroepen. Mensen worden sterk beïnvloed in hun keuzegedrag door wat ze op televisie zien, en dat geldt des te meer voor kinderen. Jong Spirit laat het dan ook niet toe dat marketeers dit medium misbruiken om kinderen te lokken.
-
Ook op de kanalen van de openbare omroep is reclame steeds meer aanwezig. Ook hier vindt Jong Spirit dat dit niet de essentie is van een openbare omroep, en dat dit best herleid wordt tot een absoluut minimum. Reclame blijft beter op de plaats waar het thuishoort, namelijk op de commerciële zenders.