Op donderdag 11 februari gaven enkele toonaangevende Belgische arbeidsmarktdeskundigen hun visie over onze vaderlandse arbeidsmarkt. Hun conclusie was simpel en ze luidde – oh verrassing – als volgt: “de arbeidsmarkt is ziek”. De remedie? “Op een doordachte manier het verschil opheffen tussen arbeiders en bedienden en de ontslagregeling opwaarderen van een enveloppe bij het buitengaan tot een doorstart voor een loopbaan”.
Voor SOS 2011, het actieplatform dat de beleidsmakers nu al enkele jaren oproept om de vergrijzing voor te bereiden, kwam deze oproep geen dag te laat. Een flexibelere arbeidsmarkt is wat ons betreft dan ook een topprioriteit voor het sociaal-economische beleid de komende maanden en jaren. Dat het ontslag geen eindpunt is, maar net het begin van iets nieuws, klinkt toch niet zo gek?
Hieronder het volledige opiniestuk dat in De Standaard van 11/02 verscheen: › Continue reading…
Volgend bericht was gisteren te lezen in De Standaard. Het behoeft geen verdere uitleg, behalve dan dat SOS 2011, het actieplatform dat de maatschappelijke actoren oproept dringend werk te maken van maatregelen die de gevolgen van de vergrijzing moeten opvangen, meer dan ooit nodig is.
“Staatsschuld bijna weer op 100 procent”
Eind 2009 klokte de Belgische staatsschuld af op 97,9 procent van het bruto binnenlands product. Binnen hooguit een paar maanden is de schuld weer even hoog als de waarde van alle in ons land geproduceerde goederen en diensten gedurende één jaar.
Vorig jaar hebben alle overheden samen in ons land een tekort van 5,89 procent van het bbp (iets minder dan 21 miljard euro) gecreëerd, zo blijkt uit voorlopige cijfers die De Standaard vernam in regeringskringen. › Continue reading…
Zie hieronder het volledige rapport van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (waarvan sprake in het vorige bericht op deze site):
“Het Generatiepact gewikt en gewogen”.
Met één van de voor België zwaarste begrotingsoefeningen ooit voor de deur, lazen we dit bericht in o.m. De Standaard van 11 september 2009. De samenvatting van het artikel is kort maar krachtig geformuleerd: “Ondanks het Generatiepact blijft het aantal bruggepensioneerden toenemen. De uitstoot van 50-plussers op de arbeidsmarkt gaat gewoon door”.
L² (en Jong Spirit voorheen) heeft het in haar economisch programma steeds tot één van haar speerpunten gemaakt: een grondige herziening van de arbeidsmarkt, met daarbij een bijzondere aandacht voor het langer aan het werk houden van 50-plussers. Dat deze cijfers nu gepubliceerd worden, is dan ook een klap in het gezicht. Een tweede Generatiepact, dat ook daadwerkelijk volledig wordt uitgevoerd, dringt zich op.
Hieronder het volledige artikel:
Generatiepact biedt 50-plussers geen hulp
Die harde waarheid staat te lezen in een rapport over de impact van het Generatiepact, opgesteld door de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (het vroegere ministerie van Arbeid). Het rapport werd gisteren door directeur-generaal Jan Vanthuyne voorgesteld op een seminarie dat door de werkgeverskoepel VBO was georganiseerd.
De bevindingen van de topambtenaar zijn ontluisterend. Vijf jaar na de opmaak van het Generatiepact is van de oorspronkelijke doelstellingen – de vervroegde uittreding van oudere werknemers stoppen, meer vijftigplussers aan de slag houden en de reële pensioenleeftijd optrekken – niet veel terechtgekomen. In zijn conclusie zegt Vanthuyne: ‘Zo lang de vervroegde uittreding gunstig behandeld wordt, is het vechten tegen de bierkaai.’
Wat zijn de feiten? › Continue reading…
In De Standaard van 20 juni werd nogmaals aan de vergrijzingsalarmbel getrokken:
Kosten vergrijzing exploderen
“De vergrijzing zal tussen nu en 2060 een aanzienlijk groter deel van de welvaart opslorpen dan tot nog toe werd aangenoment. Dat komt door de economische crisis – waardoor ons bruto binnenlands product lager uitvalt en de vergrijzingskosten dus relatief gezien zwaarder wegen – en doordat we langer zullen leven dan eerder verwacht.
Dat zegt de vergrijzingscommissie, die de regering moet adviseren hoe ze de oplopende pensioen- en gezondheidszorguitgaven moet opvangen.
In 2060 leeft een man gemiddeld 85 jaar, een vrouw 91 jaar. Als we de pensioenen en de ziekteverzekering laten zoals ze zijn, slorpt de vergrijzing de komende jaren liefst 8,2 procent van ons bruto binnenlands product per jaar op (ongeveer 28 miljard euro).
Begrotingsoverschotten om de toekomstige pensioenen te betalen, zijn er niet. Wel integendeel, door de economische crisis hopen de tekorten zich op en stijgt de overheidsschuld weer. De enige remedie die nog haalbaar is, is dat we met z’n allen massaal langer aan het werk blijven. Nu is het aantal werkenden in België tussen 55 en 65 schrikwekkend laag: slechts 37 procent van die leeftijdscategorie is nog aan de slag.”
Conclusie van Isabel Albers, redactrice van DS:
“Alleen langer werken zal helpen”
In 2060 is 11,2 procent van de Vlamingen 80-plusser en zijn er in Vlaanderen liefst 11.000 100-jarigen, tegenover 750 nu. Dat blijkt uit cijfers die de Studiedienst van de Vlaamse regering bij elkaar heeft gebracht. In vergelijking met 2005 zal de Vlaamse bevolking tegen 2060 met 15 procent zijn aangegroeid, tot iets meer dan 7 miljoen. Voor België stijgt het aantal inwoners tegen dan tot 12,7 miljoen, ruim 2 miljoen meer dan de 10,6 miljoen op dit ogenblik.
De cijfers zijn opgenomen in het rapport “De nieuwe bevolkingsvooruitzichten 2007-2060. Een vergelijking met vroegere prognoses” dat de Vlaamse overheid uitgeeft. Daaruit blijkt dat in de nieuwe vooruitzichten – gebaseerd op federale cijfers – de bevolking sterker aangroeit dan eerder gedacht. De komende vijftig jaar zou de Belgische bevolking daardoor forser aangroeien dan de afgelopen 50 jaar. Daarvoor zijn zowel meer geboortes als versterkte immigratie verantwoordelijk.
De bevolkingsaanwas wordt in alle gewesten verwacht, concludeert het rapport, maar is in Vlaanderen het minst sterk. De bevolking zal in Vlaanderen tegen 2050 met 14 procent toenemen. In Wallonië gaat het om een groei van 23 procent en in Brussel zelfs 27 procent. Dat zijn hoge cijfers maar het rapport relativeert de stijging door te wijzen op de verwachte groei van de wereldbevolking met liefst 40 procent tot 9,2 miljard in 2050. ‘Zo vergeleken is de voorspelde bevolkingsgroei voor België best beheersbaar’, luidt het.
Het rapport voorspelt een sterke vergrijzing tot 2035 en vervolgens een afvlakking. Tegen 2050 telt Vlaanderen 27 procent 65-plussers. ‘De talrijke babyboomgeneraties van na de wereldoorlog worden langzaam maar zeker de zogezegde opa/oma-boomgeneraties en kunnen bovendien rekenen op extra bonusjaren aan levensverwachting’, aldus het rapport.
Op de arbeidsmarkt vertaalt zich dat in meer uit- dan instromers. De veroudering van de bevolking op arbeidsleeftijd zet zich daarentegen niet door. Ook de voorspellingen voor het aantal werkenden zijn wat gunstiger dan in eerdere prognoses, besluit het rapport, maar Vlaanderen moet vanaf 2020 toch rekenen op een minder werkenden dan vandaag. › Continue reading…
De overheidsfinanciën ontsporen razendsnel. Dit jaar stijgt de schuld met net geen 800 euro per seconde, zo berekende De Tijd. Daarom en door de financiële crisis moet België een hogere risicopremie betalen bij de uitgifte van leningen. De Hoge Raad van Financiën (HRF) ziet de overheidsschuld dit jaar stijgen van 88,7 tot 94,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Aangezien het nominale bbp toeneemt van 344,7 tot 349,2 miljard euro, groeit de schuld in absolute cijfers van 305,7 tot 330,7 miljard. Elk uur komt er afgerond liefst 2,9 miljoen euro bij.
De helft van de schuldstijging is te wijten aan het begrotingstekort. De andere helft is het gevolg van financiële transacties. De overheid leent 2 miljard euro aan KBC, stelt wellicht geld ter beschikking van Kaupthing Luxemburg en wil haar facturen stipter betalen. Opmerkelijk is dat de begrotingswaakhond veronderstelt dat de overheid later dit jaar nog eens zal moeten bijspringen om banken of andere bedrijven te ondersteunen. Het tekort loopt volgens de HRF volgend jaar op tot 4,5 procent van het bbp en zal niet “spontaan” verdwijnen als de economie herstelt. Nu al voelen we echter de gevolgen van de verslechterende overheidsfinanciën en de crisis.
Om deze statistiek verder te illustreren bevat deze website vanaf vandaag een teller die de Belgische staatsschuld bijhoudt.
“Iemand de jongste tijd nog iets gehoord over de vergrijzing? Nu de economische crisis hard toeslaat en dat de komende maanden lijkt te zullen blijven doen, is het thema naar de achtergrond verzeild. In de begroting worden diepe gaten geslagen door de tegenvallende conjunctuur. De roep om dringende maatregelen die de economie stimuleren, klinkt luid en klaar. Maar die kosten veel geld. Geld dat er niet is en dat dus moet worden geleend. En wat we nu lenen, moeten wij, of onze kinderen en kleinkinderen, later terugbetalen. Dat kost dus, of we dat nu prettig vinden of niet, toekomstige groei en welvaart”. Zo begint Bart Sturtewagen de dagelijkse “commentaar” op p. 2 van De Standaard van 4 maart.
L² is tevreden dat tenminste één journalist -de politici van de regeringspartijen hebben wel andere dingen aan hun hoofd- nog eens het probleem van de vergrijzing aanhaalt. Waar vroeger drie of vier werkenden instonden voor één gepensioneerde, wordt deze verhouding binnenkort één op één, een onhoudbare situatie. Bij deze roepen wij als jonge sociaal-liberalen de beleidsmakers nogmaals op om van de vergrijzing een van de prioriteiten te maken.
Naast L² pleit ook Itinera Institute voor een tweede Generatiepact om de pensioenen van de huidige en toekomstige generaties betaalbaar te houden.
Hieronder een link naar een filmpje van Itinera Institute over de pensioenen:
http://www.youtube.com/watch?v=jk5nEV6fWpA
Deze week verscheen in het Financieele Dagblad, een Nederlandse zakenkrant, een opiniestuk van de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie gelieerd aan D66. Daarin uiten de jongeren hun bezorgdheid dat de aanpak van de financiële crisis ten koste van de duurzame ontwikkeling. Volgens de auteurs is de Nederlandse regering bereid enorme bedragen beschikbaar te stellen om de status quo te beschermen, maar daarbij houdt ze geen rekening met de langetermijngevolgen van die ingrepen en schuift de rekening door naar volgende generaties.
› Continue reading…
De overheden van ons land gaan uit van verkeerde veronderstellingen bij hun aanpak van de vergrijzing. Tot die conclusie komt student Frederick Van Gysegem van de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de UGent.
De Studiecommissie voor de Vergrijzing binnen de Hoge Raad van Financiën gaat uit van een jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,75 procent voor de komende vijftig jaar. ‘Dat is te optimistisch’, stelt Van Gysegem in zijn masterproef ‘Demografische evolutie en de gevolgen voor de overheidsbegroting in België’. Volgens de student zal een stijgende tewerkstelling eerder een negatieve invloed hebben op de algemene arbeidsproductiviteit. De huidige trend lijkt hem gelijk te geven.
Zo gebeurt hertewerkstelling van werklozen vaak via weinig productieve dienstencheques, en de huidige werklozen zijn vaak laaggeschoolden die, wanneer ze opnieuw aan de slag gaan, meestal in jobs terecht komen die minder arbeidsproductief zijn dan gemiddeld. Van Gysegem heeft berekend dat in 2030 ongeveer 29,3 procent van het bbp nodig zal zijn om de sociale zekerheid te financieren, in plaats van de veronderstelde 26,2 procent. In 2050 zal dat zelfs oplopen tot 33,7 in plaats van 28,2 procent van het bbp.
De regering-Leterme start dit jaar met een Nationale Pensioenconferentie. Volgens de Premier moet die diverse vragen onder de loep nemen. Hoe financieren we in de toekomst de pensioenen? Hoe verzekeren we voor de mensen een pensioen dat hen in staat stelt om de levensstandaard te behouden? Hoe bewaren we de solidariteit tussen de huidige en de toekomstige generaties, en binnen de oudere generatie? Hoe zorgen we voor een gepast evenwicht tussen solidariteit en verzekering? Vandaag ging alvast een Task Force aan de slag om de Pensioenconferentie voor te bereiden.
Op zich is een conferentie een goed idee, gezien de aankomende vergrijzing van de bevolking. Toch is het maar vreemd dat men enkel een deelaspect van de vergrijzingsproblematiek bespreekt. Andere maatregelen om de vergrijzing op te vangen, zoals een beter activeringsbeleid, komen niet aan bod. Evenmin wordt er gesproken over andere gevolgen van de vergrijzing, zoals stijgende kosten in de gezondheidszorg. De Nationale Pensioenconferentie zou best uitgroeien tot een Nationale Vergrijzingsconferentie, maar wellicht is de federale regering te bevreesd dat hiermee de paniek zou toeslaan. Maar zo schuift men de echte problemen naar voren.
Hoe kan de Nationale Pensioenconferentie een succes worden? Kijken we eerst naar de samenstelling van de Task Force die het geheel moet voorbereiden. Daarin vinden we de usual suspects terug: Minister van Pensioenen Marie Arena (PS) en Sabine Laruelle (MR) voor de zelfstandigenpensioenen, de topambtenaren van de sociale departementen en de sociale partners. Het valt te hopen dat de Pensioenconferentie zelf wordt opengetrokken. Waarom ook niet de deelstaten uitnodigen? En als men het wil hebben over intergenerationele solidariteit: waarom geen representatieve jongeren- en ouderenorganisaties betrekken?
Als er echte hervormingen in het pensioenstelsel mogelijk moeten worden, dan moet men ook zonder taboes durven vertrekken. Minister Arena torpedeert meteen deze ingesteldheid door te stellen wat voor kan en niet kan. Zo wil zij geen discussie over de wettelijke pensioenleeftijd, en wil zij in ieder geval een verstreking van de eerste pijler (het wettelijk pensioen). Het pensioensparen moet desnoods maar minder fiscaal aantrekkelijk worden gemaakt. Dat zowat iedere expert het bankroet van het wettelijk pensioenstelsel voorspelt, lijkt aan Arena voorbij te gaan. Tenzij men natuurlijk ergens middelen vandaan kan toveren, bijvoorbeeld via bijdragen aan het Zilverfonds. Maar dat is volgens Arena “te moeilijk” in deze tijden.
De onafhankelijke denk- en doetank Itinera Insitute biedt een interessant overzicht (pdf, Frans) van de maatregelen die Finland heeft genomen om ouderen aan het werk te houden. Terwijl nauwelijks tien jaar geleden het Scandinavische land inzake de werkgelegenheid van 55-64-jarigen met een percentage van 35 % bij de minder goede leerlingen zat, is dat percentage vandaag gestegen tot 55 %. Voor de goede orde, België staat vandaag nog steeds op 35 %, terwijl de Europese doelstelling 50 % is. Wat kunnen we van de Finnen leren?
Een eerste vaststelling is dat de Finnen hebben gekozen om van de ‘actieve vergrijzing’ een topprioriteit in het werkgelegenheidsbeleid te maken. Daarbij werd ook heel de samenleving gemobiliseerd. Opvallend is dat men niet zomaar met sanctionerende maatregelen is afgekomen, maar uitdrukkelijk voor een positief beleid heeft gekozen. Zo gaat er zeer veel aandacht naar het verbeteren naar de kwaliteit van het werk, gaande van beter overleg, grotere flexibiliteit in het arbeidsritme, meer kansen tot vorming, enzovoort.
In 2005 werd het pensioenstelsel hervormd, waarbij werd afgestapt van een vaste pensioenleeftijd en de mogelijkheden tot vervroegd pensioen. In de plaats in een flexibele pensioenleeftijd gekomen, waarbij mensen ervoor kunnen kiezen tussen de 63 en 68 jaar met pensioen te gaan. De onderzoekers van het Itinera Institute stellen daarentegen vast dat het Generatiepact uit 2005 geen echte hervormingen van de eindeloopbaan inhield, waardoor er geen significante verbeteringen in België kunnen worden verwacht.
Het Finse voorbeeld ontkracht ook de mythe dat het voorkomen van vervroegde uittreding van werknemers negatief zal uitdraaien voor jongeren, omdat er dan minder plaatsen vrijkomen. Zoiets werd ook door de vakbonden beweerd in 2005 toen het Generatiepact werd goedgekeurd. Evenwel: terwijl de jongerenwerkloosheid in Finland in de jaren negentig pieken kende tot 30 %, is dat vandaag gedaald tot een min of meer acceptabele 17 %. In België bleef de jongerenwerkloosheid schommelen rond de 20 %.
Het Rekenhof is de belangrijkste controle-instantie inzake de staatsfinanciën. In haar verslag (pdf) over de federale begroting voor 2009 toont het Rekenhof aan dat de regering-Leterme een begroting vol gaten heeft ingediend. De Premier heeft inmiddels reeds aangekondigd dat een begrotingscontrole zal nodig zijn. Dergelijke aankondiging, nog voor het nieuwe jaar is ingeluid, is ongezien.
Wat stelt het Rekenhof onder meer vast?
- De economische vooruitzichten van de begroting 2009 zijn gebaseerd op gegevens van juni en begin september. Dat is vòòr het uitbreken van de financiële crisis. Hoewel er recentere gegevens beschikbaar zijn, heeft de regering-Leterme zich toch gebaseerd op optimistischere schattingen.
- De begroting bevat een aantal eenmalige maatregelen die niet worden toegelicht. In sommige gevallen zijn de inkomsten onzeker, of wordt er geen uitspraak gedaan over eventueel negatieve gevolgen voor de komende jaren. De informatie over de maatregelen in het kader van de financiële crisis noemt het Rekenhof “onvoldoende en niet transparant”.
- Over de inspanningen naar de aanpak van de vergrijzing toe is het Rekenhof duidelijk: “In 2007 werd geen overschot gerealiseerd en kon geen storting aan het Zilverfonds gebeuren. Voor 2008 en 2009 wordt ook niet langer uitgegaan van een begrotingsoverschot en wordt bijgevolg ook geen storting
aan het Zilverfonds voorzien. Dit impliceert [...] dat de financiering van de kosten van de vergrijzing wordt uitgesteld naar toekomstige begrotingen.”
Europa gaat momenteel een scharniermoment door met de massale pensionering van de babyboomgeneratie. ‘De vergrijzing is niet iets van de toekomst. Ze begint nu’, schrijft de Europese Commissie vrijdag in haar tweejaarlijks demografisch rapport.
De bevolkingsgroepen met de mensen tussen 20 en 59 jaar oud, en die met de zestigplussers, zijn de voorbije tien jaar aan hetzelfde tempo aangegroeid. Gemiddeld kwamen er in beide groepen jaarlijks 1 tot 1,5 miljoen mensen bij.
De groep met de zestigplussers zal vanaf nu, en dat voor een periode van 25 jaar, jaarlijks met gemiddeld 2 miljoen mensen aangroeien. De groei van de beroepsbevolkingsgroep vertraagt dan weer en zal over zes jaar beginnen dalen.

Jaarlijks wordt die leeftijdscategorie dan 1 tot 1,5 miljoen personen kleiner. In België leeft er momenteel 1 vijfenzestigplusser per 4 personen in de beroepsleeftijd (25 tot 64 jaar). Tegen 2030 zou deze verhouding evolueren naar iets minder dan 1 op 3, en tegen 2050 naar iets meer dan 1 op 2.
Ook al werd er de voorbije jaren een verlenging van de gemiddelde loopbaan waargenomen in Europa, is op dit ogenblik maar 1 op 2 mannelijke zestigjarigen aan het werk. Bij de vrouwen is gaat het om 4 op 10.

In haar rapport schrijft de Commissie ook dat de vergrijzing van de bevolking gepaard gaat met grote veranderingen aan het klassieke familiemodel. Zo wordt er steeds minder getrouwd onder de Europeanen, en als ze het toch doen, trouwen ze later dan vroeger. De leeftijd waarop vrouwen voor het eerst in het huwelijksbootje stappen, bedroeg in 1990 gemiddeld 24,8 jaar, in 2003 was dat gestegen naar 27,4 jaar. Voor mannen is de gemiddelde leeftijd gestegen van 27,5 naar 29,8 jaar.