Brussel en haar probleemzones: et maintenant?

Er is de voorbije week veel inkt gevloeid over de Brusselse probleemgemeenten, vooral in termen als kalashnikovs en hold-ups, zero-tolerantie en inefficiënte politie-werking. In Vlaamse middens dreigt de beeldvorming over Brussel zich te beperken tot een gevaarlijke en steeds meer vreemde stad. Dat er een probleem is, zal je mij niet horen ontkennen, in tegenstelling tot lokale burgvaders zoals Thielemans en Moureaux, die de criminele toestanden minimaliseren en zich proberen te verschuilen onder het “typische” van grootsteden. In de hele discussie die er gaande is, mis ik echter een debat over de structurele problemen die er heersen in de probleemzones in Brussel, zoals Kuregem en Sint-Jans Molenbeek. Bovendien lijkt het alsof de hele discussie gevoerd wordt boven de hoofden van de betrokkenen in de wijken zelf.

Dat veiligheid een basisrecht is dat dringende maatregelen verdient, staat buiten kijf. Dat daarom het politionele en juridische aspect op de korrel wordt genomen, is uiteraard een goede zaak. Straffeloosheid en “no-go zones” zijn immers onaanvaardbaar en horen in geen geval onder het tapijt geschoven te worden als faits-divers. Maar terwijl men het heeft over “wijken schoonvegen” en zero-tolerantie hoor ik weinig over de fundamentele oorzaken die de probleemwijken hebben gemaakt tot hoe ze zijn. Schooluitval en rondhangende jongeren, werkloosheid en verpaupering, diversiteit die heeft plaatsgemaakt voor getto-isering. In deze context is het makkelijker om een carrière uit te bouwen in de criminele sector dan in het onderwijs. Een focus op louter het veiligheidsaspect en bijhorende repressieve aanpak zal daarom slechts het topje van de ijsberg aanpakken, maar de onderliggende problematische situatie niet. In het pakket aan maatregelen dat premier Leterme gisterenavond bekendmaakte, ligt de nadruk op meer blauw op straat. Akkoord, men wil ook iets doen aan het spijbelgedrag, maar wederom ligt de klemtoon op het bestraffen van de feiten in plaats van een doordachte visie over de oorzaken.

De verantwoordelijkheid ligt echter niet alleen bij de overheid. Ook ouders moeten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Ik merk echter geen enkele dialoog tussen de overheden en de ouders van de probleemjongeren, die ongetwijfeld ook met vragen en noden zitten.

Als sociaal-liberaal ben ik van oordeel dat onderwijs de hefboom bij uitstek kan zijn om tot sociale mobiliteit te komen. Vandaag signaleert de OESO echter dat het onderwijssysteem in België de sociale ongelijkheid eerder bevestigt dan dat ze ruimte biedt voor gelijke kansen, iets wat Bea Cantillon al jaren uitroept. Wordt het daarom niet dringend tijd om ook het debat aan te gaan over het huidige onderwijssysteem in de verschillende gewesten? Onderwijs zou een positieve stimulans moeten zijn voor zowel jongeren als ouders om criminaliteit achterwege te laten en af te keuren, iets wat vandaag nog niet van tel is.

Kortom, meer blauw op straat zal op korte termijn het veiligheidsgevoel kunnen optrekken, maar het probleem blijft hetzelfde. Het is dus enkel wachten tot wanneer de spanningen van de multiculturele in plaats van interculturele samenleving zich blijven ophopen totdat men het leger zal willen inschakelen in Molenbeek en Kuregem.

Eline Joukes, voorzitter L²

Lidmaatschap

Ontdek alle voordelen van lidmaatschap!

SOS 2011

Facebook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze laatste nieuwtjes!
website ontwikkeld in samenwerking met Jeugdwerknet vzw