Onderwijs

 

Visietekst Onderwijs

'Stellingen voor een onderwijs van de 21ste eeuw'

goedgekeurd op het congres van 27 en 28 maart 2009

Onderwijs is de sleutel tot een samenleving waar ruimte is voor sociale mobiliteit en die leidt tot ontplooiing van alle mensen. Kinderen en jongeren, maar ook volwassenen, halen via het onderwijs het beste uit zichzelf. Goed onderwijs is ook van vitaal belang voor de economie. Investeren in scholen en instellingen van hoger onderwijs is daarom een basis leggen voor de toekomst.

In Vlaanderen geniet het onderwijs veel vertrouwen en in internationale vergelijkingen gooien onze leerlingen hoge ogen. Toch is ons onderwijs niet perfect. Nog te veel jongeren verlaten het onderwijs zonder kwalificaties. De doelstellingen van de democratisering van het hoger onderwijs zijn nog niet behaald. Daarom staat er ook voor sociaal-liberalen veel werk op stapel.

Stelling 1

Onderwijs is voor L² een publieke verantwoordelijkheid. Ieder individu heeft immers recht op hoogwaardig onderwijs en een opleiding. Leerplichtonderwijs dient daarom kosteloos te zijn. In het hoger onderwijs pleiten we voor matige inschrijvingsgelden tot en met het niveau van de master. Studenten moeten daarnaast recht krijgen op een basisbeurs die het kindergeld en andere voordelen vervangt. Studiefinanciering mag niet langer ouderafhankelijk zijn.

Stelling 2

Onderwijs moet onder democratische controle staan. In plaats van ideologisch geladen koepels te ondersteunen, moet het onderwijs op een ongebonden manier aansluiten bij de maatschappelijke realiteit. We pleiten voor regionale onderwijsplatformen, waarin onder meer de scholen zelf, bedrijven en de lokale gemeenschap zijn vertegenwoordigd, met een regierol voor het lokale niveau. In de onderwijsplatformen wordt het aanbod pragmatisch op elkaar afgestemd en er wordt nagedacht over gemeenschappelijke problemen, zoals van mobiliteit, spijbelgedrag en samenwerking met bedrijven. Uiteraard blijft de Vlaamse Gemeenschap het kwaliteitsvol en gelijkgericht onderwijs in Vlaanderen garanderen.

Stelling 3

Onderwijs moet open staan voor de samenleving. Scholen moeten meer autonomie krijgen om partnerschappen te sluiten. We kiezen voor het concept van de brede school, waar met verschillende lokale partners wordt gewerkt aan een ruime ondersteuning van kinderen, jongeren, het gezin en de lokale gemeenschap. Daarnaast moeten scholen hun schroom tegenover het bedrijfsleven laten varen en met de privésector een win-winrelatie nastreven. We zien het regionale onderwijsplatform als het middel om deze doelstelling te bereiken.

Stelling 4

We kiezen voor een onderwijs dat innoveert. Niet alleen moeten docenten ruimte én middelen krijgen om vernieuwende methodes te hanteren, we willen dat het onderwijs ook creativiteit stimuleert én benut. Leerlingen moeten in het kader van de brede school een eigen project kunnen opzetten, of dat nu een mini-onderneming, een rockband of een milieugroep is. Leerlingen moeten ook stage kunnen lopen. In het hoger onderwijs moeten studenten nauwer bij onderzoek betrokken worden.

Stelling 5

Leerkrachten moeten gewaardeerd worden voor de professionals die ze zijn. In plaats van de vaste benoeming kiezen we voor een aantrekkelijk carrièrepad waarbij een jonge leerkracht les geven kan combineren met vorming en een oudere leerkracht kan doorgroeien tot directiefuncties. Variabele verloning moet mogelijk zijn voor leerkrachten die zich bijscholen of andere verantwoordelijkheden op zich nemen.

Stelling 6

Leerlingen en studenten moeten nauwer betrokken worden bij hun school. Verkozen leerling- en studentenraden moeten volwaardig advies kunnen uitbrengen en hebben recht op materiële steun. In ieder schoolbestuur moeten leerlingen zijn vertegenwoordigd. Leerlingen moeten terecht kunnen bij een ombudsdienst of vertrouwenspersoon in geval van conflicten met de school. Aangewezen is dat deze contactpersoon of ombudsdienst geen verantwoording moet afleggen aan de school in kwestie maar aan het regionale onderwijsplatform. In de evaluatie van de kwaliteit van het onderwijs krijgt feedback van leerlingen een plaats.

Stelling 7

Directies en schoolbesturen moeten worden geprofessionaliseerd. Dat kan via een betere ondersteuning, zonder dat de administratieve werklast voor scholen mag stijgen. Het tekort aan administratief personeel moet worden weggewerkt, zodat leerkrachten en directeurs zich ten volle op hun taak kunnen richten. Regionale onderwijsplatformendirecteurs en schoolbesturen een managementcontract kunnen afsluiten met wederzijdse doelstellingen. moeten met hun

Stelling 8

Het talenonderwijs blijft een troef voor Vlaanderen. We moeten hierin zelfs verder gaan. Het Frans moet al vanaf het derde studiejaar worden aangeleerd. In het hoger onderwijs worden de mogelijkheden tijdens de lessen andere talen te gebruiken gevoelig uitgebreid. Dit maakt ons onderwijs ook aantrekkelijk voor internationale studenten. Uiteraard dienen opleidingen wel een meerwaarde aan te tonen van het gebruik van een andere taal dan het Nederlands. Het gebruik van aan andere taal dan het Nederlands in het hoger onderwijs mag in geen geval drempelverhogend werken.

Stelling 9

We willen het financieringssysteem in het onderwijs hervormen zodat reële behoeften én resultaten centraal komen te staan. Op basis van leerlingenkenmerken wordt in de subsidiëring een weging gemaakt. Tegelijk wordt ook de output gemeten, zodat scholen worden geresponsabiliseerd. Leerlingen uit kansengroepen en leerlingen met oriënteringsproblemen krijgen een persoonsgebonden budget dat kan worden besteed aan zorg of begeleiding.

Stelling 10

Er is nood aan een echt beleid van gelijke kansen in het onderwijs. Er geldt een inschrijvingsplicht vanaf drie jaar voor kleuters; de leerplicht start op drie jaar. Het onrechtstreeks opwerpen van financiële, culturele of sociale drempels door scholen, onder meer via de organisatie van dure extra-curriculaire activiteiten, moet onmogelijk worden gemaakt. Huiswerk is een vorm van selectie en moet dus binnen de perken worden gehouden. Het gegeven Studentenbuddy’s, die kansarme leerlingen begeleiden, en het gebruik ervan, moet gestimuleerd worden.

Stelling 11

We kiezen voor modulair onderwijs vanaf het niveau van het secundair onderwijs. Daarmee stappen we af van de klassieke indeling tussen studierichtingen en het traditionele leerjarentraject. Leerlingen kunnen hierdoor zeer diverse vakken combineren en ontvangen deelattesten voor iedere gevolgde module leerstof. Leerlingen hebben recht op coaching bij het maken van keuzes. Uiteraard blijven er modelprogramma's beschikbaar voor zij die van deze keuzevrijheid geen gebruik willen maken.

Stelling 12

Niet alle leerlingen zijn gelijk. We willen vermijden dat een school een plek wordt waar enkel een specifiek prestatieniveau wordt opgelegd. Competenties moeten tegenover kennis een meer prominente rol gaan spelen, zodat leerlingen die het wat rustiger aan willen doen daarvoor de ruimte krijgen, maar zij die een voorsprong willen nemen daarin evenmin gehinderd worden. Wat betreft die laatste groep is een hoogbegaafdenbeleid nodig.

Stelling 13

De minderwaardige perceptie van het technisch onderwijs en beroepsonderwijs is des te dramatischer als we kijken naar de vele knelpuntvacatures. Om dit probleem aan te pakken moeten bedrijfsleven en scholen een gemeenschappelijk plan van aanpak ontwikkelen zodat het kiezen voor een technische richting een volwaardige keuze wordt en geen eindpunt in de waterval van het onderwijs. Dit plan heeft onder meer betrekking over het gebruik van apparatuur, kwaliteit, marketing, samenwerking met het bedrijfsleven, de inpassing van het modulair onderwijs, enzovoort. Alternatieve financiering van onderwijs moet kunnen.

Stelling 14

Er is nood aan een tweede democratiseringsgolf. Taalachterstand moet sneller worden gedetecteerd. Onderwijs en zorg moeten dichter bij elkaar staan, zodat ook ouders mee verantwoordelijk worden gemaakt. Ook de overgang naar hoger onderwijs moet beter. We kiezen voor een verplichte, maar niet-bindende oriënteringsproef in het laatste jaar van het secundair onderwijs. Zo krijgt iedere jongere een beter beeld van zijn mogelijkheden. Dit ligt uiteraard in het verlengde van de begeleiding die leerlingen voortdurend krijgen.

Stelling 15

We steunen de ontwikkeling van het hoger beroepsonderwijs (HBO). Het HBO reikt mensen kwalificaties aan met een duidelijke waarde op de arbeidsmarkt en is een volwaardig alternatief voor schoolverlaters. Essentieel is een goede samenwerking tussen het HBO en de arbeidsmarkt zelf. Ook het andere volwassenenonderwijs, zoals basiseducatie en tweedekansonderwijs, garandeert dat iedereen kansen kan blijven grijpen.

Stelling 16

Teveel doctoraten blijven onafgewerkt, zonder onderzoeksresultaten of zonder mogelijkheid tot verderzetting van het onderzoek na het vertrek van de doctorandi. Daarom pleiten wij ervoor dat doctoraatsstudenten een resultaatsverbintenis aangaan om kostbare en schaarse onderzoeksmiddelen efficiënt aan te wenden.

Stelling 17

De budgetten voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek moeten gevoelig worden verhoogd. In het toegepast wetenschappelijk onderzoek moeten KMO's meer betrokken worden. We pleiten voor een Minister van Innovatie en Hoger Onderwijs, die uiteraard voldoende overlegt met de Minister voor Leerplichtonderwijs. Tegelijk moet er werk worden gemaakt van een Europese ruimte van hoger onderwijs, waarbij intensieve samenwerking met naburige regio's wordt nagestreefd.

Stelling 18

Een hoger onderwijs dat excelleert kan onmogelijk in iedere Vlaamse achtertuin een zelfde opleiding aanbieden. We pleiten voor een doorgedreven rationalisering gebaseerd op samenwerking. De verwachte inkanteling van de hogescholen in universiteiten in het kader van de associaties is op zich een goede zaak, maar mag niet leiden tot een nieuw duopolie tussen het vrije net en een gemeenschapsnet.

Stelling 19

Het nieuw financieringssysteem voor het hoger onderwijs is een goede zaak. De toegang tot bachelors en masters blijft gegarandeerd. Daarnaast wordt ook de student geresponsabiliseerd via het leerkrediet. Voor aanvullende opleidingen moet het inschrijvingsgeld vrij zijn, waarbij de overheid weliswaar in specifieke gevallen moet kunnen instaan voor subsidiëring, alsook voor voordelige studieleningen.

Stelling 20

Studeren is een recht. Vormen van corporatistische beïnvloeding vanuit beroepsfederaties zoals vestigingsvoorwaarden die dienen om de instroom in het beroep te beperken moeten worden tegengegaan. Ook de toelatingsproef voor (tand)arts dient te worden afgeschaft. Om de kosten in de gezondheidszorg te beheersen mag men het probleem immers niet afwentelen op de student. Proeven, na het succesvol beëindigen van de studies; om te selecteren welke selectieve groep een bepaald beroep mag uitoefenen moeten worden afgeschaft.

Stelling 21

Er is nood aan een volwaardig studentenstatuut dat op de diverse beleidsniveaus een aantal voordelen met zich meebrengt. Zo moet de student kunnen stemmen in zijn studentenstad, moet hij voordelig openbaar vervoer kunnen nemen, heeft hij recht op behoorlijke huisvesting en moet hij rechtstreeks een basisbeurs kunnen ontvangen. Studentenvoorzieningen moeten toegankelijk blijven voor studenten, die evenwel moeten worden aangepast aan de nieuwe maatschappelijke realiteit.

Stelling 22

Het Vlaams onderwijs zal internationaal zijn, of zal niet zijn. Iedere jongere moet de mogelijkheid hebben een internationale ervaring op te doen. Ook in het leerplichtonderwijs dient internationalisering een belangrijkere plaats te krijgen. Het Erasmus-programma voor studenten moet verder worden ondersteund. Waar mogelijk, moet de Vlaamse student zijn basisbeurs kunnen meenemen naar het buitenland.

Lidmaatschap

Ontdek alle voordelen van lidmaatschap!

SOS 2011

Facebook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze laatste nieuwtjes!
website ontwikkeld in samenwerking met Jeugdwerknet vzw