Woordenwolk ‘Jeugd, politiek en samenleving’

Mensenrechten


De mensenrechten omvatten alle rechten waar een individu, een groep mensen of een staat aanspraak op kan maken. Ze werden grotendeels opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), een verklaring ontworpen door  de VN Commissie voor Mensenrechten en aangenomen door de leden van de VN op 10 december 1948. Hoewel de verklaring geen bindende kracht heeft voor de internationale gemeenschap, vormt het in elk geval de eerste internationale bevestiging van de universaliteit van mensenrechten die in de loop der jaren grote morele betekenis gekregen heeft als de belangrijkste internationale standaard van de mensenrechten.

Er zijn 30 artikelen voorzien in de UVRM die in totaal zo’n zestig mensenrechten omvatten die traditioneel ingedeeld worden in een drietal categorieën:

  • burgerlijk-politieke rechten, of (klassieke) grondrechten, zijn rechten gericht op het individu en de verhouding tussen individu en overheid. Voorbeelden zijn het recht op vrije meningsuiting, godsdienstvrijheid en het recht op leven.
  • economische, sociale en culturele rechten leggen de nadruk op de sociale rechtvaardigheid binnen de samenleving. Voorbeelden zijn het recht op voedsel, inkomen, onderdak en scholing.
  • collectieve rechten zijn rechten gericht op bepaalde groepen van mensen of staten. Voorbeelden zijn het recht van staten op zelfbeschikking, het recht op eigen grondstoffen en het recht op een eerlijke welvaartsverdeling voor het eigen volk.

Deze ordening is niet sluitend, omdat bepaalde mensenrechten tot meerdere categorieën kunnen behoren of zelfs volledig anders kunnen ingedeeld worden. Het recht op leven bijvoorbeeld is zowel een individueel grondrecht - niemand mag zonder reden gedood worden -, als een collectief recht: iedere etnische groep heeft het recht geen slachtoffer van genocide te worden. Mensenrechten kunnen los van deze categorieën ook een actieve dan wel een passieve vorm aannemen. Het recht op vrije meningsuiting is eenvoudig te bereiken, omdat de overheid niet hoeft op te treden, maar juist moet afzien van censuur en het opsluiten van politieke tegenstanders. De mensenrechten uit de eerste categorie bestaan dus hoofdzakelijk uit passieve rechten. Sociaal-economische rechten vereisen daarentegen wel een tussenkomst vanwege de staat. Het recht op scholing bijvoorbeeld kan slechts dankzij schoolgebouwen, leerboeken en gekwalificeerde leraren bereikt worden.

Mensenrechten zijn op sommige punten ook wel eens tegenstrijdig te noemen. Er is bijvoorbeeld een spanningsveld tussen openbaarheid van rechtspraak en privacy. Dit spanningsveld leidt vaak tot verschillen in beoordeling vanwege de ene of de andere overheid of samenleving naar gelang het toekennen van een bepaald gewicht aan één van de rechten. In dat opzicht worden de rechten van het collectief (de samenleving) soms belangrijker beoordeeld dan diegene van het individu of vice versa.

Universele mensenrechten?

Het verschil in het beoordelen van de waarde van de verschillende mensenrechten, doet vragen rijzen in verband met het universele karakter ervan. Hoewel we in onze Westerse samenleving vaak prat gaan op die universaliteit, wil dat niet zeggen dat men elders er geen andere mening op nahoudt. Het cultuurrelativisme spant de kroon in het geven van kritiek op deze veronderstelling: volgens deze strekking heeft elke samenleving namelijk haar eigen normen en waarden ontwikkeld op basis waarvan zij rechten toekennen aan het individu, de groep en de staat. Elke samenleving zal dan ook haar eigen invulling geven aan de rechten waarvan de UVRM spreekt. Veel landen - met name onder de Aziatische en Arabische staten - beoordelen de huidige invalshoek op de mensenrechten dan ook vaak als een concept uit het Westen, dat meer de nadruk legt op grondrechten, het individu en persoonlijk genot, terwijl deze staten juist het collectief belangrijker vinden.

Cultuurrelativisten stellen dan ook vaak dat je de eigen normen en waarden, alsook de rechten die daaruit voortvloeien, niet aan andere culturen mag opdringen. Onder invloed van de globalisering en door de toenemende nomrstelling van internationaal recht wordt een beroep doen op het cultuurrelativisme echter steeds minder overtuigend. Een samenleving kan nog steeds een eigen invulling geven aan omgangsnormen, gebruiken en tradities, maar inzake de mensenrechten heeft het beginsel van universaliteit sterk de overhand gekregen.