Privacy is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Van Dale omschrijft privacy als de persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven.
Het is een ruim begrip: het gaat om de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van het eigen lichaam en van de eigen woning, de bescherming van familie- en gezinsleven en het recht vertrouwelijk te communiceren via brief, telefoon, e-mail. Privacy betekent dat men dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar inbreuk op maakt of weet van heeft.
Privacy wordt in het overgrote deel van de wereld gezien als een fundamenteel recht, in het ene land of cultuur al iets nauwer genomen dan elders. Het wordt dan ook vaak betiteld als het recht om met rust gelaten te worden door overheden en andere personen of organisaties waar men niets mee wil te maken hebben. Dit recht garandeert dat we ons vrij in het publieke verkeer kunnen bewegen zonder ons zorgen te maken dat iemand anders iedere stap die we zetten, minitieus volgt.
In het licht van een aantal technologische ontwikkelingen, maar ook in het kader van strengere veiligheidsmaatregelen, komt dit recht nogal vaak op de helling te staan. Het gedurende lange tijd bewaren van internetgegevens en het oprukken van camerabewaking in het straatbeeld zijn hier duidelijke voorbeelden van. Vaak wordt dan de vraag gesteld of dergelijk optreden nu echt wel nodig is of dat er geen minder verregaande maatregelen kunnen genomen worden zonder het recht op privacy te beknotten.
